Vakinhoudelijke bekwaamheid
Vakinhoudelijke bekwaamheid betekent dat een docent de leerstof goed beheerst, deze begrijpelijk kan overbrengen en aanpast aan de behoeften van zijn leerlingen. Daarbij is het belangrijk dat hij verbanden legt met het dagelijks leven, werk en wetenschap. Zo draagt hij bij aan de brede vorming van leerlingen en houdt hij zijn vakkennis voortdurend up-to-date. Sinds 2017 is dit een officiële vereiste voor alle docenten (Staatsblad 2017, nr. 148).
Deze visie sluit goed aan bij die van de Werkplaats Kindergemeenschap, waar inhoudelijke ontwikkeling centraal staat. Vanuit een brede blik op kennis stimuleert de school leerlingen om kritisch, creatief en zelfstandig te denken. Door vakoverstijgend onderwijs en aandacht voor kunst en cultuur wordt de leerstof verbonden aan de belevingswereld van de leerling. Als medewerker toon je niet alleen vakkennis, maar leer je kinderen ook om vanuit hoofd (denken), hart (betekenis) en handen (toepassing) met de inhoud bezig te zijn.
Voor mij persoonlijk draait vakinhoudelijke bekwaamheid vooral om de manier waarop je jouw passie en kennis overbrengt op leerlingen. Enthousiasme werkt motiverend en maakt de lesstof levendig. Door de leerstof in verschillende contexten aan te bieden en goed te begrijpen wat je doceert, kun je de inhoud op een inspirerende en begrijpelijke manier overbrengen. Op die manier sluit je beter aan bij de belevingswereld van de werkers en maak je de leerstof écht betekenisvol.
Amerikamarkt
Afgelopen schooljaar bood mijn stageschool, de Werkplaats, verschillende vakoverstijgende projecten aan. Eén daarvan was de praktische opdracht rondom de Amerikamarkt, een samenwerking tussen aardrijkskunde, maatschappijleer en Engels. Dit project sloot aan bij de Amerikaanse verkiezingen en behandelde elementen van de Amerikaanse cultuur, een aspect dat binnen het vak Engels relatief onderbelicht blijft. Hoewel het project niet meetelde voor het vak Engels, was het vakinhoudelijk van belang dat wij hieraan een bijdrage leverden (zie bewijsmateriaal: "A: Amerikamarkt").
Voor VWO 4 lag de focus op de Amerikaanse verkiezingen. Leerlingen kozen een gerelateerd onderwerp, presenteerden dit op de markt vanuit hun kraampje en schreven een reflectieverslag over wat zij van andere werkers hadden geleerd. VWO 3 koos elk een Amerikaanse stad en onderzocht onder andere de sociale, geografische en economische kenmerken daarvan. Ook zij schreven een verslag en bezochten de kramen van de andere groepen.
Het doel vanuit het vak Engels was dat leerlingen zich verdiepten in de brede Amerikaanse cultuur. De werkers van VWO 3 onderzochten sociale omstandigheden en hun invloed op het stadsleven. VWO 4 richtte zich op politieke thema’s en vormde hun mening daarbinnen tijdens maatschappijleerlessen.
Een belangrijk aspect was dat leerlingen theoretisch onderzoek deden met authentieke Engelstalige bronnen. Dit hielp hen om leesvaardigheid te trainen, bijvoorbeeld door hoofdgedachten te herkennen, argumentatiestructuren te analyseren en moeilijke woorden uit de context te verklaren. Daarbij kwamen ze in aanraking met vakspecifieke termen zoals gentrification, swing states, racial divide en campaign rhetoric. Deze woorden komen normaal niet aan bod in de reguliere methode, maar zijn essentieel voor cultureel begrip. Volgens Penny Ur (2012), is het belang van authentiek taalmateriaal en vakspecifieke woordenschat benadrukt om taal leren betekenisvol en functioneel te maken.
Als vakdocent Engels begeleidde ik de werkers bij het selecteren en begrijpen van deze bronnen. Ik gaf gerichte feedback op het juiste gebruik van Engelse termen en hielp hen hun presentaties inhoudelijk te verrijken. Daarbij maakte ik bewust vakdidactische keuzes, zoals het vooraf aanbieden van vakspecifieke woordenschat en het inzetten van leesstrategieën als skimmen en scannen om complexe teksten toegankelijker te maken. Het expliciet aanleren van strategieën ondersteunt leerlingen bij het verwerken van complexe teksten (Ros et al., 2014).
Tijdens de markt observeerde en beoordeelde ik de leerlingen met behulp van het beoordelingsformulier van de aardrijkskundedocent. Ik sprak met verschillende groepjes over hun onderwerp en vroeg specifiek naar culturele en politieke aspecten. Dit stimuleerde hen om kritisch na te denken over verschillen tussen de Amerikaanse en Nederlandse samenleving, wat aansluit bij de rol van de leraar als opvoeder en begeleider in het vormen van cultureel bewustzijn (Slooter, 2018).
Deze ervaring heeft mijn inzicht verdiept in de rol die Engels kan spelen in het ontwikkelen van cultureel en maatschappelijk bewustzijn. Vakoverstijgende projecten zoals deze combineren taalvaardigheid met wereldburgerschap op een krachtige manier. Het heeft mij laten zien hoe belangrijk het is dat Engels als vak actief participeert in maatschappelijke thema’s, zeker bij internationale onderwerpen als Amerikaanse politiek en cultuur. Dit is een duidelijk voorbeeld van de leraar die zijn vak gebruikt om leerlingen voor te bereiden op hun maatschappelijke rol (Van Der Wal & De Wilde, 2017).
Doeltaal Voertaal
Dit schooljaar heb ik ervoor gekozen om al mijn lessen volledig in het Engels te geven. Eerder had ik hier al ervaring mee opgedaan tijdens mijn stage op het Anna van Rijn College, waar tweetalig onderwijs wordt aangeboden. Op een reguliere Nederlandstalige school had ik dit echter nog niet eerder in de praktijk gebracht. Dankzij mijn doelgroep, 3 VWO, vond ik het haalbaar én waardevol om dit toe te passen.
Volgens Penny Ur (2012), bevordert maximale blootstelling aan de doeltaal de taalverwerving doordat leerlingen continu met het Engels in aanraking komen. Ook Geerts en Van Kralingen (2011) benadrukken dat de taal van instructie cruciaal is voor de taalontwikkeling en het creëren van een authentieke taalleeromgeving.
Voor de meeste werkers was het nieuw om tijdens alle lessen Engels als voertaal te gebruiken. Ze moesten wennen aan dit idee, en daarom heb ik hen in het begin niet gedwongen om ook in het Engels te antwoorden, zoals in de video expliciet wordt aangetoond. Mijn doel was dat het gebruik van Engels geleidelijk en op een natuurlijke manier onderdeel zou worden van de les. Deze aanpak sluit aan bij de principes van differentiatie en scaffolding. Het afstemmen van het onderwijs op het ontwikkelingsniveau van leerlingen draagt bij aan een veilige leeromgeving waarin zij durven te experimenteren met de taal (Slooter, 2018).
Vanaf het begin van het schooljaar voerde ik ook de check-ins met de leerlingen in het Engels uit. Tijdens deze korte gesprekken stelde ik gerichte vragen over verschillende onderwerpen, waarbij ik de leerlingen aanmoedigde om in het Engels te antwoorden. Zo oefenden ze hun spreekvaardigheid én kon ik goed peilen hoe zij inhoudelijke thema’s konden verwoorden in het Engels. Hiermee hield ik zicht op de voortgang en de behoeften van de leerlingen (Geerts & Van Kralingen, 2011). Daarnaast beoefenen we hierdoor de spreekvaardigheid in verschillende contexten met het doel om communicatieve competentie te vergroten (Ur, 2012).
Ook bij mijn 'zwakkere' klas heb ik ervoor gekozen om de lessen volledig in het Engels te geven. Door de instructies en uitleg standaard in het Engels aan te bieden, gaf ik hen de kans om vertrouwd te raken met de taal. Alleen wanneer ik merkte dat uitleg niet goed overkwam, herhaalde ik deze in het Nederlands. Dit is een voorbeeld van het bewust inzetten van code-switching, waarbij de moedertaal ondersteunend wordt ingezet zonder de doeltaal te verdringen (Ur, 2012). Hiermee zorg ik voor een veilige leeromgeving waarin leerlingen niet afhaken wanneer het moeilijk wordt (Slooter, 2018).
Tot slot waren al mijn lesvoorbereidingen en presentaties in het Engels opgesteld. Dit betekende dat leerlingen die afwezig waren of onderdelen van de les wilden terugkijken, altijd met Engelstalig materiaal werkten. Zo bleef het Engels ook buiten de klassikale lessen zichtbaar en beschikbaar.
Behalen Courses en Cambridge
Als tweedegraads student Engels vind ik het belangrijk om mijn eigen taalvaardigheid op peil te houden en verder te ontwikkelen, zodat ik leerlingen op een zelfverzekerde en inhoudelijk sterke manier kan begeleiden. Hoewel het behalen van het Cambridge Proficiency Exam (CPE) binnen mijn opleiding een vereiste was, heb ik dit examen zonder specifieke voorbereiding gehaald (zie bewijsmateriaal: "B: Cambridge Resultaten"). Voor mij gaf dit inzicht in mijn eigen beheersing van de Engelse taal op near-native niveau.
Het CPE toetst vaardigheden op het hoogste niveau van het Common European Framework (C2) en vraagt dus om een diepgaand begrip van grammatica, woordenschat, leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid (Council of Europe, 2025).
Tijdens mijn opleiding heb ik meerdere cursussen gevolgd die zich richten op vakdidactiek en taalinhoud, wat aansluit bij het idee dat reflectie op eigen handelen essentieel is voor professionele ontwikkeling en effectiviteit in het lesgeven (Van Der Donk & Van Lanen, 2014) (zie Studievoortgangsoverzicht). Deze combinatie van inhoudelijke kennis en didactische vaardigheden stelt mij in staat om niet alleen correcte taal te modelleren, maar ook om bewust na te denken over het toegankelijk maken van taalonderwijs, passend bij de behoeften en het niveau van mijn leerlingen. Een leraar moet zich bewust zijn van de verschillende rollen die hij vervult, waaronder die van taalmodel en didacticus (Slooter, 2018).
Daarnaast is motivatie van groot belang bij het leren van een taal. Door mijn eigen taalvaardigheid te blijven ontwikkelen, kan ik mijn leerlingen motiveren en ondersteunen in hun taalontwikkeling (Ros et al., 2014). Het gaat er niet alleen om dat ik de taal goed beheers, maar ook dat ik deze op een begrijpelijke, motiverende en relevante manier aanleer.
Kortom, mijn behaalde CPE-certificaat en mijn opleiding tot tweedegraads docent versterken mijn vermogen om leerlingen te begeleiden in hun taalontwikkeling, met oog voor correct taalgebruik en de didactische keuzes die nodig zijn om leerlingen op verschillende niveaus te ondersteunen (Geerts & Van Kralingen, 2011).
Maak jouw eigen website met JouwWeb